Title: Sven de Swerts, Joyce Willemse en anderen
Wordt deze mail niet goed weergegeven? Klik dan hier!

 
 
Sven de Swerts      Joyce Willemse      *      Vluchtelingen      Recensies      Colofon      
Sven de Swerts

Vertrouw geen dichters

Geen dichters die
Pennenverslindend verzonnen exen
Polsendeclarerend uitbuiten.

Daddy-issues ten overmaat verpoppenkastiseren.

De machine dan maar zelf kapot malen.
Uw brein hun mening opspelden.

Een verzameling zichzelf aanpast zodat het persoonlijk wordt.

Vergis u niet. In ernst en rede is tongval
uit Amazonekrijgers, Schildpadden en Kippenvel
het sterkst. Klimmen wij elke tree hoger. Nostalgischer.
Tot essentie. tot u uzelf herkent. Ruzie maakt.

Vertrouw geen dichters die
Notities als stalkers inzetten,

De poëzie dan maar verkasten om u
de gazet van vandaag voor te lezen.

Brein mij uit. Laat u noden.

Ga slechte ervaringen opzoeken, drankspelletjes verliezen,
nachten verkrachten. Uw huid binnenstebuiten kanaliseren.
wandel weg voor gij en iedereen rondom u ook woorden wordt.

Verzamelwoede

Ze heeft verzamelwoede.
In elke hoek van het huis een man.

Ze wil je het liefst als een boek vastbinden,
Lief de rug brandmerken, een esoterische aanslag
Op je liezen plegen. sproetje per sproetje aaneennieten
Ervaringen uitschilferen en uw geheugen overschrijven.

elke vorige man als een boek in een kist op zolder.
Ze wil dat iedereen haar graag ziet, ze wil meer mannen.

Meer mannen die meer muren bouwen voor nog meer mannen.
Ze laat niets los, alles in haar omgeving circuleert rondom haar.

Ze degusteert boeken als woordenkrabbers.
Elke letter iemand die ze heeft  en nooit  zal kennen.

Als een nummer op een handpalm. half zand en half suiker.
de hyperparabool die opbrandt, de aarde net niet raakt.
Stiekem de ontdekking van  haar werkelijkheid doen.

Letterstof

Wat zij zei: ze verpakte haar woorden
in overdraagzame zinsdelen. Kleine spelonken
die hoogstens  een  letterfobie bevatten.

Gij zegt dat er te weinig reserve vrouwen
zijn ter overcompensatie van de klootzakken
in de wereld. Ik zeg dat het te laat hiervoor is.

Dat als er één ballon in de lucht hangt dat een daad van god is.
Dat als wij in liefde sterven wij dan voortleven. Ik zeg dat ik u niet geloof.

Vertel liever een kind de mooiste sprookjes ter overcompensatie van
De harde realiteit. dat kind dat werelden op muren tekent en  zegt dat ie
erin gaat wonen dat hierin creatie ligt en maken en fantaseren echt is...

dat er nooit stress is bij deadlines, kantoorbanen, Keurslijven en regels,
dat die stress in uw hoofd zit.  Dat internet-vrienden niet tellen en
dat sociale netwerken juist asociaal werken...

Dat zeuren niets uithaalt. Dat dat kind dat verstaat en dat wij dat vergeten zijn.

Stop daarom uw binaire vooroordelen in een ingebeelde prop,
gooi het weg tot de letterstof  in ons hoofd net zo denkt als dat kind.
En we  terug beginnen tekenen, iets opmerken.



 
Uit het interview van Alja Spaan met Sven de Swerts:
Inhoud moet toch wel het allerbelangrijkste zijn.   *   Ik ben echter op een podium dan in mijn eigen werkend leven.   *   Als ik naar slam kijk bijvoorbeeld dan is het soms enkel maatschappijkritiek en wordt de poëzie wel eens vergeten.   *   Als je kijkt naar de mooie korte rokjes, meisjes die zichzelf verkopen als mooie kotsende meisjes en wedstrijden winnen, dan zie ik daar ontzettend veel van Peter Verhelst in.   *   Zonder een publiek ben ik niet meer dan de man die in zichzelf praat en ’s nachts over pleinen dwaalt.   *   De literatuur in Nederland drijft vooral op verkoop en niet meer op talent.   *   Het moeilijkste lijkt me om mee te blijven gaan met de wereld en geen typetje te worden van jezelf.
lees het interview
 

Nieuwe Klassieker

Ook voor de klassiekers breekt een nieuw seizoen aan. René Leverink bespreekt een gedicht waarvan de eerste regel zich in ons collectieve geheugen heeft genesteld. Er zijn dichters die het met minder moeten doen. Dat geldt zelfs voor grote namen als Komrij en Reve, die het in deze bespreking flink met elkaar aan de stok krijgen.

IV

Ik, kleine slaaf van poëzie en taal,
mij was ter borst de eerste melk al schraal.
Zó droef, zó dun klonk 't moedermonds verhaal,
waar het kanon in doorklonk van Transvaal,
en zó vol tranen was het kleine lied
van bruut verraad en simpel boers verdriet,
dat, wat mij voedde, woord en melk en brood,
dit ál doortrokken was van dood en dood.

Gerard den Brabander (1900-1968)

Deze bespreking en alle eerdere afleveringen zijn te lezen op de site van de Klassiekers.
Verzekerd zijn van maandelijkse toezending? Ga naar abonneren.

 
Sven de Swerts      Joyce Willemse      *      Vluchtelingen      Recensies      Colofon      
Joyce Willemse

Ik ben niet gek, ik ben een zeester - I

Elke morgen in bed speel ik zeesterretje
Vreemd hoe ik telkens weer verbaasd ben
dat ik daarbij niemand weet te raken.

Ooit vertelde een man dat je zeesterren niet moet
oppakken, omdat hun benen kunnen breken.
Alles wat je te zien krijgt als het eb is,
is kwetsbaar. Mensen kun je daarom ook beter laten
liggen. Alleen kijken, met je handen op de rug en soms
je blik laten rusten op iets
wat groeit en een vorm aanneemt die precies zou kunnen
passen. Mensen proberen elkaar aan te trekken

als veel te krappe winterjassen, zelfs als de naden scheuren,
hebben ze nog hoop. Ik ken een man die nergens meer voor
vecht. Hij dobbert willoos in een stuurloos bootje en stoot zich
soms aan dezelfde steen. Hij was voor mij een rots, er lag
een rode zeester op. De mooiste die ik ooit. Tegen alle omen in
heb ik hem opgepakt. Hij brak meteen een been.

En wat nou als de wereld weer plat was

Zwijgen is moeilijker dan je mond houden bleek toen
we de pornoblaadjes van onze broer verraden hadden.

Mijn moeder stond bij de keukendeur, rookte een sigaret met mentholsmaak en scheurde
de vrouwen stuk voor stuk kapot. Toen niemand mij vroeg te zwijgen, heb ik niet verteld
hoe hij de nacht om zeep huilde. Wachten op wraak is moeilijker
dan erop te anticiperen. De deurklink heb ik ingesmeerd met honing en de blaadjes
van mijn vader heb ik onder het kussen van mijn broer geschoven.

Morgen komt oma. Zij zal opnieuw vertellen over hoe zwaar het is om te ademen
als iemand naast je buiten adem is. Mijn handen zullen als plakken kaas over mijn oren
vallen, mijn broers zullen oplichten in het donker en mijn vader zal vol overgave zijn iPhone
likken. Mijn moeder zal haar handen wrijven, tien keer aan de theedoek per gewassen keer, en
later gaat ze verder met scheuren van beelden die in haar ogen niet kloppen.

Ik kan haar nog steeds niet vertellen dat niets klopt, voor niemand niet, zolang harten kloppen
en mensen zich aan elkaar snijden, bloedt alleen een vinger, klopt het tot genezing volgt.

Kijken naar een mierenhoop

Dat je jezelf geen tijd gunt
om te eten, zeg je. Dat je van het zonlicht leeft
dat tussen de stoeptegels woekert.
Samen buigen wij voorover door de knieën
en je wijst mij het universum in een mierenhoop.
De bleekwitte eitjes verplaats je aandachtig en je biecht
op dat je graag Napoleon of Stalin, maar dan in je eigen leven.

Ook mijn vader dronk, maar ik verzoop
daar niet in. Ik zwom mee in zijn glas en spartelde
tussen zijn geelbruine tanden, rukte hem af en toe een kies
uit. Jij liet je bijten. Soms zag ik resten blauwe spijkerbroek
tussen zijn ongefloste tanden steken. Ik wijs naar een mier: (dik
en vadsig) net een pappamier, zeg ik. Nog nooit zag ik je

zo hard stampen.

Toen ze er al waren, riep je
(met je armen strak om jezelf heen gevouwen),
dat mieren net mensen. Dat ze alleen
veel beter gehoorzamen. En dat ze nooit de weg kwijt zijn.



 
Uit het interview van Rob de Vos met Joyce Willemse:
Soms ben ik een veredelde hofnar. Of een troubadour. Soms lijk ik de lijm tussen mensen of groeperingen te zijn.   *   Iemand liep me eens achterna naar de toiletten om te zeggen dat mijn gedichten haar ontroeren.   *   Dat dit onderwerpen zijn die schrijnen, of dat mijn manier van verwoorden misschien schrijnt, daarvan ben ik me vaak niet bewust.   *   Mensen zijn sponzen: ik knijp mezelf uit boven het papier of boven het toetsenbord.   *   Het idee erachter is dat vrouwen ondanks hun verbeterde positie dankzij het feminisme, toch altijd onderworpen zijn aan hormonen en dat als gevolg daarvan in bijna elke vrouw (misschien wel tegen wil en dank) een Sissi schuilt.   *   Ik zou graag als dichter en kunstenaar kunnen leven. Geen groots en meeslepend leven, gewoon mezelf ermee kunnen onderhouden, brood op de plank.   *   Als ik het geld zou hebben, dan zou ik ook een pied-à-terre dromen in Barcelona.
lees het interview
 
Sven de Swerts      Joyce Willemse      *      Vluchtelingen      Recensies      Colofon      
Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre
Kort geleden verscheen 'Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw'. Rob de Vos stuurde een aantal vragen aan de samenstellers: Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre. Vragen over de poëzie van nu, over wat het boek daarover beweert en over de literatuurwetenschap.

(enkele fragmenten uit het interview)

Is er nog een plaats voor de schoonheid en de troost in de poëzie? Ik vind daar zo weinig over in dit boek.

Sarah: Natuurlijk, maar door niet voor de traditionele lyrische insteek te kiezen en bijvoorbeeld ook in te gaan op het postuur van de auteurs (hoe ze hun dichterschap zien en hoe ze door hun collega’s en publiek worden gezien) en op het multimediale karakter van hedendaagse poëzie, willen we tonen dat het niet vastligt wat poëzie is. Dat wordt bepaald door de gemeenschap: door de dichters, door de lezers en door de technologie van de 21e eeuw, die de manier waarop poëzie gemaakt en geapprecieerd wordt grondig heeft veranderd. Tegelijk stellen we ook dat het lyrisch subject nog steeds het grote onderwerp is van de hedendaagse poëzie. De dichters die we bespreken geven lezers beelden, verhalen en ritmes om eenzaamheid, liefdesverdriet en verlangen naar een thuis te duiden. De auteurs van de hoofdstukken over die dichters tonen de lezers hoe we die beelden, verhalen en ritmes kunnen begrijpen als deel van een poëtische traditie en als reflecti es op een bepaalde historische situatie.

Ook in dit millennium is tot nu toe popmuziek nog veel populairder dan poëzie. Hoe zal dat komen?

Jeroen: Ik denk dat je ook niet moet onderschatten dat aan poëzie een aantal stigma’s kleeft. Als ik met jongeren over gedichten spreek, komen er steevast twee terug: poëzie is vaag of ingewikkeld, en poëzie is voor eenzame zielen. Tegelijkertijd geven diezelfde jongeren aan dat ze het ‘tof’ zouden vinden als ze meer van gedichten begrepen, alleen staan hun daartoe maar weinig middelen ter beschikking. De vergelijking met popmuziek vind ik daarnaast nogal problematisch. Aan popmuziek valt namelijk niet te ontsnappen: loop een winkel binnen en je hoort een hitparadeliedje; zet een autoradio aan en daar klinken Coldplay en Justin Bieber. Ook poëzie is natuurlijk in de openbare ruimte te vinden, maar ze is daar veel minder alomtegenwoordig dan popmuziek. Naar de meeste poëzie zul je toch echt actief op zoek moeten.

Dichters zoeken steeds meer het publiek op in de vorm van festivals, Gedichtendag, de poëzieweek enzovoort. Als je met een aantal dichters bevriend bent op Facebook, vraag je je na het lezen van al hun berichten af waar ze de tijd vandaan halen om ooit nog een gedicht te schrijven. Ze zijn voortdurend op pad. Ze trekken in bussen de lage landen door, dragen gedichten voor op treinen en in geen enkel park kun je ze nog ontlopen.
Tegelijkertijd is de poëzie er in dit millennium niet eenvoudiger op geworden. Het is een spel op een behoorlijk hoog intellectueel niveau, blijkt ook uit jullie boek.
Hoe vallen deze twee ontwikkelingen te rijmen?

Kila: Veel dichters zijn inderdaad cultureel ondernemers. In het boek wordt dat aspect van het dichterschap in de 21e eeuw misschien wel het best uiteengezet door Elke Depreter in haar hoofdstuk over Ellen Deckwitz. Hedendaagse dichters beoefenen zelden één afgebakend beroep, verspreiden hun poëzie zelden in één medium, schrijven zelden één genre. Daarmee weerspiegelen ze ook een groot deel van hun publiek, dat bestaat uit culturele omnivoren die cultuuruitingen uit alle lagen en registers tot zich nemen in alle mogelijke media. De poëzie die via de vele (landelijke) manifestaties wordt aangeboden gaat mee in die grote variatie. Niet alles wat een groot publiek bereikt is complex of van ‘een behoorlijk hoog intellectueel niveau’, zoals jij het stelt. Ik denk aan het werk van Nico Dijkshoorn bij De Wereld Draait Door en aan De Versjes van Lars op social media. Maar het is zeker ook niet zo dat alles wat popul air is toegankelijk of makkelijk is. Kijk bijvoorbeeld naar de poëzie van Dichter des Vaderlands Anne Vegter of de gedichten die al bijna vier decennia lang worden verspreid op posters, kussenslopen en andere gebruiksvoorwerpen door Plint.

Lees het gehele interview op onze site

 
Hoop is de krachtigste drijfveer
Amnesty International start dit najaar een campagne voor vluchtelingen. Daan Bronkhorst, werkzaam voor de organisatie sinds 1979, verzamelde twintig gedichten over een thema dat momenteel in binnen- en buitenland de gemoederen flink bezighoudt.

Claribel Alegría (Nicaragua/ballingschap °1924)

's Nachts

's Nachts
in mijn dromen
herrijzen
meerdere dode vrienden
bij het wakker worden,
vraag ik me af
of zij ook
van mij hebben gedroomd

uit: Zo’n gelukkige dag, De Geus & Amnesty International 2003, vert. Marjolein Santen

A. Avdić (Bosnië/Nederland °1945)

Vluchtelingen

Ze zijn vroeg opgestaan,
maar ze wilden niet vroeg op.

Ze zijn op weg gegaan,
maar ze wilden niet weg.

Op het asfalt,
in het zand,
in het bedauwde gras
bleef hun spoor achter

uit: Vrijheid hoe maak je het, De Geus & Amnesty International 1997, vert. Desa Korolija & Veerle Bedaux

Mahmoud Darwish (Palestina/ballingschap 1941-2006)

We lopen naar het land

We lopen naar een land dat niet van ons vlees is,
Niet van onze botten z'n kastanjebomen,
Z'n stenen niet als de krulgelokte geiten
Van het Hooglied.
We lopen naar een land
Dat geen speciale zon voor ons heeft opgehangen.
Mythische vrouwen klappen:
Een zee rondom ons,
Een zee boven ons.
Als graan en water je niet bereiken,
Eet dan onze liefde en drink onze tranen.
Zwarte sluiers als rouw voor de dichters.
Jullie hebben jullie overwinningen en wij de onze,
Wij hebben een land waar we niets anders zien
Dan het onzichtbare.

uit: Een brief van jou, wel duizend brieven, De Geus & Amnesty International, vert. Daan Bronkhorst

Graciela Taddey (Uruguay)

Over ballingschap en droefheid

In dit land ken ik de winden niet
ik weet niet vanwaar ze waaien
niet wanneer ze komen
noch wat ze brengen.
Ik weet niet hoe ze heten
en ook niet
hoe ik ze kan vinden.

Ja ik weet wel, zeg maar niets
verborgen achter mij blijft de hoop leven
en ik zal deze verzen eindigen
in een lofzang op de hemel.

Maar nu
zeg ik je dat ik op dit plein
muren zie
hoewel er geen muren zijn
dat dit plein alleen bestaat
de kille wind scheert erover
en dat ik hier sta zonder jas.

Ja ik weet wel, zeg maar niets
ik hoef me maar om te draaien om haar te zien
achter mij wacht de hoop op me.

uit: Liefde kon maar beter naamloos zijn, De Geus & Amnesty International 2000, vert. Marika de Bakker, Marjan Haitsma & Magda Oberndorff

Kapka Kassabova (Bulgarije/Duitsland °1973)

Vluchtelingen

Kijk: de armoede van regen
dat we hem opvangen in vingerhoedjes van geduld
en uitgieten in de modder
Ondertussen
tellen we alle werelden
waarheen we nooit zullen gaan
We moeten herinneren – herinnering is hoop
maar rustig, want woorden kunnen gaten in ons
snijden
zo groot dat we daar
te veel lichamen vinden liggen
Vergeten, we moeten vergeten
de herinneringen – ze gaan open en bloesemen
als stiletto’s in de darmen
Kijk: dit is de wereld die we hebben
te arm om je te verbergen,
te donker om te begaan, te alleen om te vergeten

uit: Voor je ogen, Amnesty International 2011, vert. Daan Bronkhorst

Meer gedichten + een interview met Daan Bronkhorst op onze website.
 
Sven de Swerts      Joyce Willemse      *      Vluchtelingen      Recensies      Colofon      
Recensies

Meander
‘Tot de stenen wortel schieten’, de titel van Philippe Cailliaus nieuwe bundel, doet denken aan ‘En attendant Godot’ van Samuel Beckett. Het wachten van Estragon en Vladimir op Godot is vergeefs en ook op stenen die wortel schieten kun je wachten tot je een ons weegt. Het is dan een ritueel dat vorm geeft aan de toekomst. Het beeld kan echter ook een teken van doorzettingsvermogen zijn, van optimisme: het ervaringsgegeven dat stenen geen wortel kunnen schieten is in dat geval niet meer dan een voorlopige zekerheid.
lees alles

Meander
In de achtste Poëzie Kort bespreken Lennert Ras en Hans Puper de volgende bundels: ‘Duetten’ van Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, ‘De Cadillac van Mallarmé’ van Patrick Conrad, ‘Wie heeft een middelpunt nodig’ van Anouk Smies en ‘Mond vol demonen’ van Daniël Dee.
lees alles

Meander
Recensent Levity Peters over de bundel ‘Te voet is het heelal drie dagen ver’ van K. Michel: ‘Ik heb van pianisten wel gehoord dat zij moesten opboksen tegen hun eigen registraties. Bij het turnen zie je dat ook: hoe bereik je opnieuw je eigen top? Dat is bijna onmogelijk om vol te houden. Ik kan mij voorstellen dat iets soortgelijks ook het geval zou kunnen zijn bij de wel heel vaak bekroonde dichter K. Michel.’
lees alles

Meander
‘Tussen hond en wolf’ is de vierde bundel van Klaas Jager (Friesland, 1961). Het woord ‘ik’ wordt nadrukkelijk vermeden, maar gaat deze bundel werkelijk over ‘de opengebroken wereldgrenzen op dit moment en de op drift geslagen mens, die zich vastklampt aan oude waarden en ondertussen wanhopig zoekt naar nieuwe’, zoals de achterflap ons wil doen geloven? Eric van Loo leest meer de worsteling van een eenzaam mens, een kluizenaar welhaast, die poogt ‘een uitweg te vinden die van nature bij hem past’. Poëzie waarin de auteur zich rekenschap geeft van zijn lot, en dit tegelijkertijd probeert te ontstijgen. Poëzie als verslag en remedie in één.
lees alles

 
Sven de Swerts      Joyce Willemse      *      Vluchtelingen      Recensies      Colofon      
Colofon
meandermagazine.net * ezine.meandermagazine.net
Abonneren, opzeggen of e-mailadres wijzigen?
Dat gaat het eenvoudigste op meandermagazine.net/service.
Schrijf je zelf gedichten en wil je een keer in Meander staan?  Bied ons dan je werk aan via het formulier op contact.meandermagazine.net/kopij.php.
Dan bekijkt de redactie of we je werk interessant genoeg vinden voor publicatie in Meander.
Ken je iemand anders die wel eens in Meander zou mogen staan? Een dichter die echt de moeite waard is en die we bij Meander tot nu toe over het hoofd hebben gezien?
Vertel het ons op contact.meandermagazine.net/tip.php.
In het colofon op de site staat, wie er meewerken aan Meander.
Wil je ook meewerken aan Meander? Bijvoorbeeld als schrijver van recensies, als interviewer of als ontdekker van nieuwe talenten?
Laat het ons weten via contact.meandermagazine.net/meewerken.php
Een vraag of opmerking over Meander? Gebruik het formulier op contact.meandermagazine.net.
Meander wordt uitgegeven door en financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Literatuursite Meander.
Wil je Meander financieel steunen? Dat kunnen we goed gebruiken!
Maak een gift over of word voor twaalf euro per jaar Vriend van Meander.
steun.meanderstichting.info.
Adverteren in Meander? Niet duur en je bereikt aardig wat mensen die in poëzie geïnteresseerd zijn.
Vraag informatie via contact.meandermagazine.net.
ISSN 1871-1820 * Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s) of rechthebbenden.

Antwoord per e-mail aan