Title: Idwer de la Parra, Peter WJ Brouwer, Elly Stolwijk
Wordt deze mail niet goed weergegeven? Klik dan hier!

 
 
Idwer de la Parra      Klassiekers      Peter WJ Brouwer      Elly Stolwijk      Recensies      Colofon      
Idwer de la Parra

Havenwater

Het is de chaos van het havenwater,
de onderstromen, het blinde kopstoten
van golven tegen boeg en kade – het is

het troebele havenwater dat licht na vele
jaren reizen niet onthaalt, maar doorstuurt
naar de kade, de rede, keien, straat – het is

het licht zelf dat de roversblik van meeuwen
snel verlaat en terugvalt op de stenen, stuit
op de geslotenheid van druppels, toch binnen

wordt gelaten, gebroken, verwezen naar de
gevels met hun platte daken waar oktober
in een roze hemd naar de haven staart –

gelijk op zee het net zich sluit, zo spelen
licht en water in de stenen fuik, ferm,
onwetend. Havenwater, buitelingen,

elk fragment smolt ergens af,
de wolk heeft door een kieuw
gestroomd en wat uit

bomen wasemt is
mijn bloed
geweest.

Aan het oppervlak

Mozaïek van blauw en kale
takken, verstoord door lentegroen.
Verdomd, net nu ik begin te snappen

waar de scherpe randjes zitten. Zo
verdwijnt elk vergezicht, springen
geiten over hekken, laat de eend

zich weer verkrachten. Oogstladder
in de olie, de zon klimt op en loten
volgen gedwee. Hoe te leven?

Wat mijn zoon te zeggen? Bordjes
bij de planten – bakens op het
eerste deinen van een zee.

Grove maling

Je leest de doden als ik koffiebonen maal,
marcherende soldaten, je zegt: de kever
die zijn poot heft bij gevaar. Je leest en
stapelt feiten, ik maal en maak een bergje –
hier rees nog nooit een pagode met reliek.

De onzin dat dromen de boel ontrafelen,
ik kom naar boven uit de nacht als water
dat maar één kant op kan in de percolator.
Het geeft wat rust te weten dat we samen
in de maat met ruimtepuin de straat op gaan.



 
Uit het interview van Alja Spaan met Idwer de la Parra:
Het ‘worden’ van tuinman overviel me en is me lang blijven overvallen.   *   Het lichaam heeft dat hoofd vol ideeën maar te volgen, bungelend, als het maps-poppetje.   *   Zeventien was ik, een drietal jaren wonend in de Peel. Zoete ammoniakdampen ontsnapten uit enorme stallen waarin varkens zaten opgesloten.   *   Tijdens het schrijven heb ik godzijdank niet de neiging te willen behagen.   *   Planten en dieren zijn gebaat bij zo min mogelijk mens. Taal is mens.   *   Het is een beschrijven tot het levend lijkt.   *   Op een houten pallet en aan ramsj overgeleverd lag die Chinees in veelvoud zich te verbazen over de ongezellige verlichting bij De Slegte.
lees het interview
 

Nieuwe Klassieker

Hier had jouw lievelingsgedicht kunnen staan. Een gedicht dat je al jaren koestert, dat je nog steeds raakt, een gedicht dat ertoe doet. Trek de stoute schoenen aan, en deel je enthousiasme met de lezers van deze rubriek! Volgende week bespreekt Jeroen van den Heuvel een gedicht van Lévi Weemoedt. Volgende maand bespreekt Jan Buijsse een gedicht van C.O. Jellema. En daarna? Klik hier voor verdere aanwijzingen en leg je idee aan ons voor.

 
Idwer de la Parra      Klassiekers      Peter WJ Brouwer      Elly Stolwijk      Recensies      Colofon      
Peter WJ Brouwer

De gedichten in Brief aan wie niet bestaat, de onlangs verschenen bundel van Peter WJ Brouwer, gaan over jeugd, liefde en verwachting, maar ook over verlies, geweten en onbehagen. Zijn de plekken die we bezoeken, de mensen met wie we omgaan werkelijk eenmalig? Bestaat voor alles een naam, plaats en uur, of creëren we zelf die illusie en was alles er altijd al? Of, om bij het titelgedicht te blijven: wanneer we iemand postuum een bericht sturen, vinden de woorden dan ook hun bestemming zonder dat die persoon bestaat?
In Brief aan wie niet bestaat wordt het ongrijpbare tastbaar. Maar we hoeven maar met onze ogen te knipperen, en het zou zo weer kunnen verdwijnen. 
De bundel& nbsp;vormt de afsluiting van een drieluik, dat begon met Landdieren (2011) en werd gevolgd door Mascara (2014). Het markeert een schrijfproces dat evolueerde van ingetogenheid naar openheid.
Brouwer onderbreekt het schrijven van gedichten voor een roman, waaraan hij al enige tijd werkt en die volgend jaar verschijnt.
Behalve als schrijver en vertaler is Brouwer actief als muzikant. In die laatste hoedanigheid toerde hij de afgelopen jaren in Nederland en Vlaanderen met muziektheater rondom Jacques Brel. Brouwer treedt regelmatig op en begeleidt zijn gedichten ook op piano en accordeon.

 

Adjectief van de papieren man

Voor het raam van de zoveelste trein
vult de avond zich ditmaal met

rode sneeuw

hoeveel zul je er nog halen en in hoeveel ben je gegaan?

rode sneeuw en ik streep
elk adjectief

en schrijf opnieuw rode sneeuw, want zoiets gebeurt niet
in één woord

in hoeveel brieven heb ik je al aangeschreven?
ik stelde altijd mijn vertrouwen in dat ene woord

alsof het naast me stond

nu valt
de avond met de sneeuw, lees jij de aanzegging van wie niet komt
en val ik op mijn plaats

stop nu het lezen

stop de maling en scheur die papieren man
doormidden

rode sneeuw en ik streep en schrijf

bloesem

Staketsel

Je bent niet om een boodschap weg, dat weet ik wel
toch dring ik

dieper in de straat door en zoek naar uitsteeksels
iets om me aan te stoten, te bezeren

een hoge kinderstem, een fel gelakte moederhand

maar de overkant biedt geen verrassing
er zijn geen staketsels om me aan te schaven

geen stoeptegel staat omhoog, er is geen aanstoot om te nemen
je houdt je simpelweg dag in dag uit niet aan de afspraak

ik loop langs de boekhandel waar op het schap
geen oude bestseller prijkt

volg de slaafse overtuiging van een bocht
die ook jou een keer zal brengen

en beland in de holte van een steeg
waar de lucht stil hangt als in een schedel

De piano en de kanarie

Aan de piano

klonk het lied zonder woorden
op tafel stond de kooi

vader op zijn hurken in een hoek hield zijn vingers strak
en legde op de kleine recorder vast

hoe een jongen een vogel begeleidde

vier wanden schraagden de middag
tantes op een sofa straalden in de glans van zijn sluike haar

later vraagt een oom met heimwee
bij het starten van tape naar

de naam van het lied

je denkt: het heeft geen woorden, maar vertel hem dat niet

je herinnert je de bloemen in moeders vaas
het uitzicht door de kooi tot waar de tuin eindigde

het aanhoudend gonzen erachter

natuurlijk herken je dat trage spel
aan niets is te horen hoe de moord werd beraamd

Uit: Peter WJ Brouwer (2016). Brief aan wie niet bestaat. Uitgeverij In de Knipscheer


 
Idwer de la Parra      Klassiekers      Peter WJ Brouwer      Elly Stolwijk      Recensies      Colofon      
Elly Stolwijk

Elly Stolwijk (1957) is beeldend kunstenaar en dichter.
Gedichten van haar zijn opgenomen in tijdschriften (o.a. De Gids en Het Liegend Konijn) en in verzamelbundels, waaronder die van De Nieuwe Wilden, een dichteressengroep rond Elly de Waard eind jaren tachtig.
Bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012/2013 werd ze tweede.
Zij volgde een opleiding tot beeldend kunstenaar (autonome richting) aan de Gerrit Rietveld Academie en exposeert regelmatig.  Elly Stolwijk is ook docent Nederlands als tweede taal (NT2).

 

de natuurlijke tuin

als de wolfsmelk haar blaartrekkende werk heeft gedaan wrijf ik
wat norse zaaddoosjes uit mijn ooghoeken. vandaag een nieuwe dag
onder een onzichtbare maan. in de nacht vloog een kerkuil voorbij, wit sjabloon
tegen het dak dat donkerder was dan de lucht erachter.

ik bedoel maar, dat is wat we zien.

legio lagen liggen verborgen. zo kunnen de meest
gewone woorden geheimtaal zijn voor iets wat dieper gelegen is.
je zegt: wolfsmelk, je zegt: maan. maar eigenlijk gaat het over de waan
van een mol die denkt dat hij een elf is.
je zegt: kerkuil, je zegt: sjabloon. maar eigenlijk gaat het over een kuil
waarin wij ons uitrekken, bloot in de as.

je zegt: zaaddoosje, terwijl het over het aas van de dood gaat.
gedeeltelijk. want ook onder de geheime taal ligt een andere waarheid.
je zegt: andere waarheid, ja, dat is de wand die haar, de waarheid zelf,
afscheidt van de dieren.

ook de kerkuil is een dier. hoewel ze in de nacht op mij overkwam
als een poort naar iets waarvoor ik nog altijd
het woord niet heb gevonden.

de boetiek

als ik jouw kraag doe valt de mijne af.
je haar staat als stro aan je hoofd, als ik het ontrafel
raak ik zelf honderd krullen kwijt.
de knopen van je jas ontstekend moet ik beducht zijn voor het vlam vatten
van het oude been. de panden vallen open, wind heeft vrij spel
op wat zich gaat ontvouwen tussen onze handen.

de wanden van het kleedhok zijn beschilderd met rivieren, een trein rijdt langs
en hult de oevers in damp. juist nu gaan de grote planten liggen,
klimmende winde trekt de stokroos omver. we waren hier eerder, beter, zachter
omlijst en zonder die hartgrondige aannames van wat zou moeten.

terwijl jij je broek laat zakken serveert een mooie lelijke vrouw
champagne. ook ik sta met blote billen voor de spiegel. ik zie
een man met een zwart-wit masker, een hengel in zijn hand. ik zie
de schrale nek van een ekster.

als jij mijn kraag doet wankel ik.
niemand weet dat ik op een baksteen sta.
niemand weet dat ik elke dag van maat verander.

niemand durft te zeggen dat er geen gordijn aan de roede hangt.

de boomgaard

dronken vlinders klapperen aan de vijg.
als ze genoeg hebben van het roze vlees
vallen ze op de zitting van een achtergelaten witte stoel,
een voor een, het zijn er vijf.

je fladdert aan mijn lippen. je bent met zoveel. eerst lijkt
het alsof je nooit genoeg of juist genoeg aan mij hebt. later komt
de nuance, het breekpunt tussen tegengestelde betekenissen.

de vijgenbomen zijn eigenlijk struiken, je moet kruipen.
deze tuin is veroverd op oude duinen.
zand is afgegraven tot er water welde. de oudste bewoners
hebben de onsoortige moerasbodem bedekt met humus, as, onrijpe turf.
het duurde jaren voor ze wortelden, aansloegen, schijnvruchten droegen.

de eerste zoetheid was verbluffend.

alles voor de schone schijn, moet je hebben gedacht
terwijl je omgekeerd op me lag en me bewerkte als een zachte smid,
meester in het schroeien van de opperhuid.

als het winter wordt zijn in de oksels al kleine vijgen te zien, stille
brave kinderen, gestold in de groei.



 
 
Idwer de la Parra      Klassiekers      Peter WJ Brouwer      Elly Stolwijk      Recensies      Colofon      
Recensies

Meander
De laatste bundel van Roland Jooris, ‘Bladgrond’, vraagt om nauwgezet, aandachtig lezen. Verwijzingen en woordgebruik brengen Faverey en Kouwenaar in herinnering. Recensent Paul Roelofsen: ‘In dit licht dient men Jooris mijns inziens te lezen, werk dat nu eens weerbarstig, dan weer gelaten is, naar binnen gericht als door een kloosterling geschreven.
lees alles

Meander
In ‘Poëzie / 9’ bespreekt Hans Puper de bundels ‘Vet hart’ van Koenraad Goudeseune en ‘m.n.m.”l’ van Sven Staelens, ‘Het liegend Konijn 2016 / 2’ (samengesteld door Jozef Deleu) en de bloemlezing ‘Dichters uit de bundel’ (samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens).
lees alles

Meander
Ingmar Heytze heeft een bloemlezing samengesteld uit het werk van Guillaume van der Graft: ‘Er loopt een gedicht voor mij uit’. Volgens recensent Mart Stel kan veel de toets van de kritiek niet doorstaan en had de bundel tot een kwart beperkt moeten worden. Je kunt zelfs de vraag stellen of er überhaupt een nieuwe bloemlezing nodig was. Van der Graft heeft in 2007 zelf al een keuze gemaakt uit de gedichten die hij wilde overleveren: ‘Praten tegen langzaam water’.
lees alles

Meander
In haar vierde bundel ‘Ergens slapen de anderen’ verkent Marijke Hanegraaf de wereld in haar uitersten. Recensent Johan Reijmerink: ‘Ik zou Hanegraaf in haar verkenningen van natuur en natuurwetenschap willen typeren als een visionair wandelaar in de werkelijkheid die behept is met een helder besef van het metafysische dat zich onverwacht in haar verbeelding kan voordoen.’
lees alles

Meander
Recensent Levity Peters over de nieuwe bundel van Tomas Lieske: ‘Daedalea’ ( … ) is zonder twijfel de meest eigenzinnige en de meest fascinerende bundel poëzie van het afgelopen jaar. Dat durf ik zonder enige terughoudendheid te beweren: ik heb ervaren hoe ik steeds dieper het door Lieske opgeroepen labyrint werd binnengelokt, om daar voorlopig nog niet uit te kunnen komen. Wat geen straf is, integendeel: het is een rijkdom.
lees alles

 
Idwer de la Parra      Klassiekers      Peter WJ Brouwer      Elly Stolwijk      Recensies      Colofon      
Colofon
meandermagazine.net * ezine.meandermagazine.net
Abonneren, opzeggen of e-mailadres wijzigen?
Dat gaat het eenvoudigste op meandermagazine.net/service.
Schrijf je zelf gedichten en wil je een keer in Meander staan?  Bied ons dan je werk aan via het formulier op contact.meandermagazine.net/kopij.php.
Dan bekijkt de redactie of we je werk interessant genoeg vinden voor publicatie in Meander.
Ken je iemand anders die wel eens in Meander zou mogen staan? Een dichter die echt de moeite waard is en die we bij Meander tot nu toe over het hoofd hebben gezien?
Vertel het ons op contact.meandermagazine.net/tip.php.
In het colofon op de site staat, wie er meewerken aan Meander.
Wil je ook meewerken aan Meander? Bijvoorbeeld als schrijver van recensies, als interviewer of als ontdekker van nieuwe talenten?
Laat het ons weten via contact.meandermagazine.net/meewerken.php
Een vraag of opmerking over Meander? Gebruik het formulier op contact.meandermagazine.net.
Meander wordt uitgegeven door en financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Literatuursite Meander.
Wil je Meander financieel steunen? Dat kunnen we goed gebruiken!
Maak een gift over of word voor twaalf euro per jaar Vriend van Meander.
steun.meanderstichting.info.
Adverteren in Meander? Niet duur en je bereikt aardig wat mensen die in poëzie geïnteresseerd zijn.
Vraag informatie via contact.meandermagazine.net.
ISSN 1871-1820 * Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s) of rechthebbenden.

Antwoord per e-mail aan