Brussel, 20 februari
2002
Onderwerp: Wat het jaarverslag van de Nationale Bank niet vertelt De Nationale bank stelt dat het vermogen van de
Belgische economie om banen te scheppen onder het Europees gemiddelde blijft.
“De structurele hervormingen op de arbeidsmarkt en de loonmatiging waren in
sommige landen van het eurogebied meer uitgesproken dan in Belgi�. Bovendien
heeft Belgi� blijkbaar te lijden van een minder goede afstemming tussen vraag
en aanbod op de arbeidsmarkt. Nader onderzoek wijst uit dat Belgi� vooral
slecht scoort qua geografische mismatch en door een gebrekkige overeenstemming
tussen de gevraagde en aangeboden beroepskwalificaties.” Verder is er nog een
korte vermelding “ook regionaal
treft men grote verschillen in de
werkloosheid aan”.
De NBB blijft steken in een “Belgische“ analyse en
zwijgt de grote verschillen tussen het noorden en het zuiden dood. Het verschil
tussen de arbeidsmarkt in het noorden en het zuiden is er geen meer tussen meer
of minder werklozen. Het gaat om het verschil tussen een arbeidsmarkt in het
noorden die zich dicht bij een situatie van volledige werkgelegenheid bevindt
en een arbeidsmarkt in het zuiden met een groot aanbodtekort. Het oude verschil in graad is een verschil in natuur
geworden: d� Belgische arbeidsmarkt bestaat niet meer.
Van interregionale arbeidsmobiliteit is nauwelijks sprake.
Arbeidsmobiliteit kan de vorm aannemen van verhuizen of pendel van de minder
naar de meer welvarende en expansieve regio. Over het eerste fenomeen zijn geen
gegevens bekend, maar men mag aannemen dat het over een relatief onbelangrijke
stroom gaat. Ook de pendel van Walloni� naar Vlaanderen is relatief gering: het
ging in 1998 over een kleine 33.000, niet veel meer dan de 25.000 Vlamingen die
in Walloni� werken. Tussen Vlaanderen en Walloni� bleef de pendel sinds 1981
grotendeels ongewijzigd op 1 � 1,5 % van de beroepsbevolking. Er zijn bij de VDAB meer
buitenlanders ingeschreven als werkzoekenden in Vlaanderen dan Walen. Eind oktober 2001 waren er 521
werkzoekenden die in het buitenland wonen ingeschreven bij de VDAB. Op
hetzelfde tijdstip waren slechts 360 werkzoekenden uit Walloni� ingeschreven
bij de VDAB. Dit zijn verwaarloosbare cijfers. Het gebied met de laagste
werkloosheid in Belgi�, Zuidwest-Vlaanderen (4,5 %) grenst aan de regio met de
hoogste werkloosheid, Henegouwen (21,4 %)[1].
Ondanks de schaarste aan arbeidskrachten in Zuidwest-Vlaanderen, zijn er
slechts 189 inwoners van de provincie Henegouwen ingeschreven bij de VDAB. In
Zuidwest-Vlaanderen zijn wel enkele duizenden Fransen tewerkgesteld. Het
taalverschil geeft dus absoluut geen sluitende verklaring. Het arrondissement
Tongeren met een werkloosheidsgraad van 8,5 % grenst aan het arrondissement
Luik met een werkloosheidsgraad van 21 %. Desondanks zijn slechts 91 inwoners
van de provincie Luik ingeschreven bij de VDAB. Studie na studie[2]
legt de schuld van de zwakke economische
prestaties van achterblijvende regio’s bij te hoge loonkosten. Die
te hoge loonkosten komen voort uit de gewoonte om de lonen op nationaal
niveau af te spreken en ze grotendeels te volgen in heel het land. De
economische zwakten en achterstand zouden normalerwijze resulteren in grote
inkomensverschillen t.o.v. de rest van het land, ware het niet dat substanti�le
transfers via de overheidsfinanci�n en de sociale zekerheid als schokbreker
optreden. Die transfers verzachten het probleem, maar lossen het niet op. Wat het meest nodig is voor de Waalse
economische heropleving, is wat de Waalse politici het meest vrezen. Voor hen
is Belgi� in essentie een sociaal zekerheidssysteem geworden. De federale
loyaliteit en solidariteit veronderstelt een eerlijke en volgehouden inspanning
om aan een economische heropleving te werken. De unitaire sociale zekerheid en
de unitaire loononderhandelingen zijn een motor van divergentie geworden. De “nationale “ lonen en de unitaire sociale zekerheid
houden Walloni� arm.
Door de kortzichtige en weinig moedige houding van de Waalse politici is Belgi�
voor Walloni� een gigantische werkloosheids- en armoedeval geworden. Het
status-quo biedt geen uitweg. Er is geen enkele reden waarom Walloni� in de
toekomst Vlaanderen niet zou kunnen bijbenen of overtreffen. Als het kiest voor
de juiste oplossingen. Bij de volgende federale regeringsonderhandelingen moet
de problematiek van de twee werelden en een aparte loonnorm voor de deelstaten
op tafel komen. Voor meer info: Vlaams Volksvertegenwoordiger Johan Sauwens Tel 089-519 243 [1] Het gaat om de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen in % van de tegen werkloosheid verzekerden eind 2001. [2] De meest recente zie S.Davies en M.Hallet, Policy responses
to regional unemployment: lessons from Germany, Spain and Italy, Economic
Papers European Commission, No 161 december 2001. |
Title: PERSBERICHT

