|
CD&V STUDIEDAG GELIJKE KANSEN zaterdag 23 februari 2002 POLITIEKE CONCLUSIES 1. Dit gelijke
kansendecreet is een gemiste kans... Gelijke kansen, een gelijk recht
op leren, zijn erg belangrijk in het hele onderwijsdebat. De Minister gaat de
uitdaging aan om een initiatief te nemen rond gelijke kansen en dat is een
mooie voorzet. Maar zoals de tekst van het
decreet nu voorligt, gaat het eerder over onderwijsvoorrang voor bepaalde
groepen in onze samenleving dan over gelijke kansen. Wat hier ter tafel ligt,
mist doel omdat het een gebrek aan een globale visie heeft. In plaats van
gelijke kansen als een geheel aan te pakken, wordt de problematiek opgedeeld in
verschillende fases, met naar alle waarschijnlijkheid verschillende
uitvoeringsmomenten. Het decreet besteedt geen aandacht aan de brede
problematiek van leerstoornissen en leermoeilijkheden en de nood aan
zorgverbreding van alle kinderen. Voor CD&V
zijn gelijke kansen een totaalconcept voor de ondersteuning
van alle leerlingen. Elk kind telt in het onderwijs. Gelijke kansen bieden aan
alle kinderen betekent een zorgbrede school
waarin rekening wordt gehouden met diversiteit inzake culturele en
socio-economische achtergrond, talenten, karakter, leerritmes… en waarin het
kind zich goed in zijn vel voelt. 2. Geen keuze tussen onderwijsvoorrang en
zorgverbreding: het is niet “of of”
wel “en en”, beiden zijn immers essentieel! Zoals de zaken er nu voorstaan,
schrapt men het zorgaanbod in scholen die geen 10 % doelgroepleerlingen hebben.
Kinderen verliezen extra ondersteuning, telt de onderwijskansarmoede van deze
kinderen dan helemaal niet mee? Men doet dit om het nieuwe
decreet te kunnen financieren. En dat kan niet. Men kan niet zomaar vanaf
september alvast initiatieven schrappen met de belofte dat die wel in een
volgende fase zullen herbekeken worden. Men kan niet deel I over
onderwijsvoorrang goedkeuren zonder enige indicatie dat deel II over
zorgverbreding en deel III over inclusie ook maar in de steigers staan. Er
bestaat geen enkele budgettaire garantie naar de toekomst toe. Er hangt zelfs
geen prijskaartje vast aan dit decreet. Als men de ambitie opvat om een
gelijke kansenbeleid te voeren voor alle kinderen, dan moet men hoe dan ook de
nodige middelen voorzien en de problematiek als een geheel beschouwen. CD&V
zegt dan ook heel duidelijk: -
Kosteloosheid van het leerplichtonderwijs is ons uitgangspunt, men moet uitvoeren wat in het
Regeerakkoord staat -
Elke
school moet een basispakket aan financiering
ontvangen om een zorgbreed beleid te kunnen voeren. Scholen met een grote
behoefte aan zorgverbreding omwille van kinderen met leermoeilijkheden of
leerstoornissen moeten bijkomende financiering kunnen ontvangen. Als onderdeel
van die basisfinanciering hebben basisscholen recht op een interne
zorgco�rdinator, die steun kan bieden aan de leerlingen en het schoolteam. Het
is immers bewezen dat leermoeilijkheden en leerstoornissen bij kinderen
aanwezig zijn in elke school. -
Dit
gelijke kansendecreet kan niet worden uitgevoerd met een gesloten enveloppe. -
Bovendien
pleiten wij voor een gelijktijdige realisatie
van alle onderdelen van de gelijke kansenproblematiek met het oog op een
coherente visie. We zijn zeer verontrust over de
huidige gang van zaken en hopen dat andere fracties deze ongerustheid delen! 3. Het nieuwe non-discriminatiebeleid mag
geen conflictmodel zijn maar moet een overlegmodel zijn De eigenlijke aanzet tot dit
gelijke kansendecreet is het op zijn einde lopen van het non-discriminatiepact.
Het non-discriminatiepact heeft heel wat positieve zaken teweeggebracht en
heeft de aandacht gevestigd op de integratie van allochtone kinderen.
Desondanks bestaan er nog “witte” scholen van alle
netten in multiculturele buurten. En hieraan wil het decreet
verhelpen door een decretale verankering van het inschrijvingsrecht. Vraag is
alleen: lost dit decreet dat probleem op? Het antwoord is neen, deze
scholen hanteren immers onzichtbare drempels. CD&V gelooft dat
samenspraak en overleg tussen de scholen kunnen leiden tot resultaten. De
juridisering van deze problematiek is niet de juiste oplossing. Uitgangspunt van CD&V
is het belang van elk kind. Elk
kind moet ook het recht krijgen zich in te schrijven in de school van zijn
keuze. Dat recht wordt sowieso verzekerd door art.24 van de Grondwet en art.31
van het decreet op het Basisonderwijs. Alle kinderen verdienen optimale
onderwijsomstandigheden in scholen waarin ze zich goed voelen. Het recht op inschrijving mag
evenwel geen afbreuk doen aan de vrijheid van
initiatief en aan de vrije inrichtende macht. Elk schoolproject moet
zijn kans krijgen. Vrije scholen zijn een dynamisch initiatief van ge�ngageerde
mensen. Zij zijn noodzakelijk voor een veelzijdig aanbod aan visie en
pedagogisch project. Als ouders kiezen voor een
school, moeten zij bewust kiezen voor het pedagogisch project van die school en
dit onderschrijven. Artikel
24 van de grondwet: �1. Het onderwijs is vrij; elke preventieve maatregel is
verboden; de bestraffing van de misdrijven wordt alleen door de wet of het
decreet geregeld. (…) Artikel
31 van het decreet op het basisonderwijs: � 1. Een schoolbestuur moet de
inschrijving weigeren van leerlingen die niet voldoen aan de
toelatingsvoorwaarden zoals bedoeld in de artikelen 12 tot 19 (leeftijd, duur…) � 2.Een schoolbestuur van
het gesubsidieerd vrij onderwijs kan om andere redenen een inschrijving van een
leerling weigeren mits schriftelijke motivatie aan de betrokken ouders binnen
de 4 kalenderdagen. Een
inschrijving kan in geen geval geweigerd worden op grond van criteria die
onbetamelijk zijn en waardoor de menselijke waardigheid in gedrang komt. Het intake- gesprek van
de directie met de ouders op het moment van de inschrijving is van cruciaal belang. CD&V
wil dat scholen zeer veel aandacht aan de intake
besteden in het belang van het kind. Liever een aantal grondige gesprekken bij
de start dan probleemsituaties tijdens het schooljaar. CD&V pleit voor open scholen, scholen die openstaan voor alle kinderen
en die kunnen tegemoet komen aan de noden van elk kind. Scholen die bijvoorbeeld een
multicultureel project willen uitvoeren, moeten daar ook de kans toe krijgen.
Optimaal om een multicultureel project te handhaven is een bovengrens te kunnen
hanteren voor anderstaligen, een bovengrens die weliswaar erg regionaal –en wijkgebonden
kan zijn. Drijfveren van ouders, zowel autochtone als allochtone ouders, om te
kiezen voor een school zijn duidelijk: ze zoeken een school met visie. Een
school waarin hun kind maximale kansen krijgt in een sfeer van integratie en
wederzijdse culturele uitwisseling. Elke school moet duidelijke inspanningen
leveren naar integratie toe. Raakt de school uit balans en zijn te veel
doelgroepleerlingen met leer- en taalachterstand geconcentreerd, dan dreigt men
niet enkel af te stevenen op een zogenaamde “witte vlucht” maar ook op een
“zwarte vlucht” om uiteindelijk te belanden in een leegloop van de school. En
daar vaart geen enkel kind wel bij. Dit sluit niet uit dat
concentratiescholen, als ze er zijn, ook kwaliteitsvol onderwijs kunnen bieden.
Daar waar ze bestaan zijn concentratiescholen dikwijls een weerspiegeling van
de bevolking in de wijk waarin ze gelegen zijn. Wel lopen de leerlingen er
misschien een groter risico op leerbedreiging. Vandaar dat extra ondersteuning
nodig is. Scholen moeten de kans krijgen
om hun onderwijsproject als multiculturele school te realiseren. CD&V
stelt voor om de multiculturaliteit van
scholen te handhaven rekening houdend met de draagkracht van de school en omgevingsfactoren. De draagkracht is te
bepalen aan de hand van parameters zoals het aantal leerlingen met
leermoeilijkheden, taalachterstand, socio-economische achtergronden...CD&V
vraagt om scholen in onderling overleg een bovengrens
te laten bepalen indien ze dat nodig achten. De school kan dan het
voorstel van bovengrens toetsen aan het lokaal overleg. Die bovengrens hoeft
niet voor elke school noodzakelijkerwijze dezelfde te zijn. Het cre�ren van lokale overlegplatforms, zoals bepaald in
het decreet, doet heel wat vragen en bedenkingen rijzen. Door hun groot aantal
actoren zullen de platforms evolueren tot grote mastodonten die wel erg
moeilijk werkbaar zullen zijn. Bovendien kan men niet toelaten dat het lokaal
overlegplatform de werking van de school juridiseert. Scholen hebben geen nood
aan extra werkdruk. Men kan zich afvragen of een
dergelijke nieuwe, richtinggevende
begeleidingsstructuur die zeer zwaar top down is, te verkiezen is boven
de know how van de bestaande structuren in het Departement Onderwijs? CD&V wil niet
zomaar voorbijgaan aan de bestaande
competenties op het terrein. Scholen verdienen ons vertrouwen. CD&V gelooft dat
het lokaal overlegplatform een nuttig
instrument is om wegen te vinden om ouders beter te ondersteunen en
om creatief de relaties tussen de school en de omgeving te optimaliseren. De Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB)
zijn hierin een actieve participant en niet enkel een doorverwijsinstantie. Het
lijkt wel of het CLB door de overheid vergeten is. Scholen hebben vooral nood
aan extra ondersteuning opdat hun schoolproject ook echt gedragen wordt door de
omgeving. Daarin speelt het CLB een cruciale rol. Kortom, CD&V
vindt dat: -
Een
decretale verankering van het inschrijvingsrecht kan, maar gepaard moet gaan
met overgangsmaatregelen, vb een
periode van 5 jaar, na dewelke een evaluatie kan gemaakt worden. -
het
inschrijvingsrecht hand in hand moet gaan met een sensibiliserend beleid naar ouders toe. -
scholen
en ouders een inspanningsverbintenis
moeten aangaan in het belang van elk kind. De school doet inspanningen met
betrekking tot integratie en de ouders om de schoolloopbaan van hun kind zo
goed mogelijk op te volgen. De inspanningsverbintenis moet zich uiten in
concreet meetbare resultaten. -
multiculturele scholen de kans moeten krijgen hun project te handhaven, indien ze dat willen met een variabele
bovengrens volgens bepaalde parameters. -
het
lokaal overlegplatform een werkbaar
instrument moet zijn, met gelijkwaardige participanten en dat het
niet mag leiden tot een verdere juridisering en oeverloos vergader. -
indien
een leerling wordt doorverwezen naar een andere school, de overheid de kosten van het leerlingenvervoer op zich
neemt. Voor CD&V geen conflictmodel maar wel een overlegmodel. 4. Inclusief en
buitengewoon onderwijs: een tweesporenbeleid op maat De mogelijkheden van inclusief onderwijs zijn voldoende
aangetoond, het is duidelijk dat een inclusief beleid voeren een mooi streefdoel is. Inclusie ligt in het
verlengde van de zorgbrede school, zorg op maat van elk kind, een maximale
ontplooiing volgens de mogelijkheden van elk kind. Vanuit de visie dat elk kind
centraal staat, ijvert CD&V uiteraard voor zorgbrede, gewone
scholen, waarin alle kinderen, ook kinderen met specifieke onderwijsbehoeften,
op de nodige deskundigheid en ondersteuning kunnen rekenen. We zijn ervan overtuigd dat
vandaag heel wat kinderen in het buitengewoon onderwijs zitten die daar niet
thuishoren en die mits de aangepaste begeleiding zeker hun plaats in de gewone
school kunnen innemen. Als we ons de ideale situatie trachten voor te stellen,
zou men het individuele leertraject van het buitengewoon onderwijs, het
rugzakje, moeten kunnen realiseren in alle scholen, ongeacht de types, om optimale
kansen te bieden aan alle leerlingen. Inclusie is een concrete utopie
gezien het kostenplaatje en de individuele noden van elk kind. Naast gewone scholen zal ook de expertise en de werkwijze van het buitengewoon onderwijs broodnodig blijven
om aan alle kinderen, naar gelang hun mentale mogelijkheden of hun specifieke
karaktertrekken, een passend onderwijs te bieden. CD&V
wil: -
inclusie
waar mogelijk en buitengewoon onderwijs waar nodig: een tweesporenbeleid op maat. -
inclusie
niet als 3e wagon aan de gelijke kansentrein hangen, er kan maar ��n gelijke
kansendecreet zijn dat gelijke kansen beoogt voor alle kinderen. 5. Brussel:
specifieke aandacht voor taalachtergrond van alle kinderen De Brusselse schoolpopulatie van
het Nederlandstalig onderwijs is zeer heterogeen, multicultureel en overwegend
meertalig. Veel kinderen komen uit taalgemengde of ��ntalig anderstalige
gezinnen, ook uit ��ntalig Franstalige gezinnen. Van deze kinderen is het
Nederlands niet de thuistaal maar enkel en alleen de schooltaal. Er is een
toestroom te constateren van anderstalige leerlingen naar het Nederlandstalig
onderwijs in Brussel en dit met verstrekkende gevolgen. Reden is de vrijheid van gezinshoofd, de wettelijke
bepaling die sinds 1971 in Brussel van kracht is. Ouders kunnen vrij kiezen
voor het Nederlandstalig of het Franstalig onderwijsaanbod in de hoofdstad. Het
is deze wet die in grote mate het open
toelatingsbeleid in Brussel bepaalt. Eigenlijk zijn we verheugd over
het succes van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Dit bevestigt de
aantrekkelijkheid en de kwaliteit van ons onderwijs. Maar het decreet houdt onvoldoende
rekening met de specifieke situatie in Brussel. In dit nieuwe decreet I krijgt
de gelijke kansenindicator dat de thuistaal
van de leerling niet het Nederlands is, op zich geen gewicht. Enkel
wanneer de taalfactor gekoppeld wordt aan andere, vaak socio-economische
indicatoren wordt hij in aanmerking genomen. In Brussel zitten veel Franstalige
kinderen die niet uit een kansarm milieu komen en ook niet tot de allochtone
bevolkingsgroep behoren, op de schoolbanken in een Nederlandstalige klas. Voor
de opvang van deze kinderen krijgen de scholen geen extra middelen hoewel de
anderstaligheid wel degelijk een extra belasting is. In het benaderen van de gelijke
kansenproblematiek en het uitwerken van beleidsmaatregelen in Brussel, kan men
niet een hoofdzakelijk Nederlandstalige schoolpopulatie als uitgangspunt nemen
zoals elders in Vlaanderen. De realiteit is immers dat de Nederlandstalige
kinderen een minderheid zijn, dit zeer uitgesproken in het Basisonderwijs en in
zekere mate ook in het Secundair Onderwijs. CD&V
wil: -
in
Brussel een gewicht toekennen aan
elk kind waarvan de thuistaal niet het
Nederlands is. -
een inspanningsverplichting aan ouders vragen. Naast het engagement voor het pedagogisch project, moet
men ook een expliciet engagement
vragen van anderstalige ouders om Nederlands te leren, zodat ze de
schoolprestaties van hun kind beter kunnen opvolgen en kunnen communiceren met
het schoolteam. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel mag en moet een
engagement voor het Nederlands vragen. In Brussel bestaan immers twee volledig
uitgebouwde onderwijsnetten naast mekaar. 6. Slotwoord Gelijke kansen zijn ongetwijfeld
een heel belangrijk thema. T� belangrijk om lichtzinnig mee om te springen. Wanneer een gelijke
kansendecreet kansen ontneemt aan kinderen, schept het nieuwe ongelijkheden. Alle kinderen verdienen
tegelijkertijd aandacht. Kinderen mogen niet terechtkomen in een slecht
scenario en een nog slechter vervolgverhaal. Deze bezorgdheid enkel in het
Parlement uiten, zal wellicht niet voldoende zijn om het decreet aan te passen.
Slechts een brede maatschappelijke reactie verhoogt de kans op resultaat. En
daarin speelt u een belangrijke rol. Het zijn uw en alle kinderen en leerlingen
die hiervan de vruchten zullen plukken… Tekst uitgesproken door Vlaams
volksvertegenwoordiger Brigitte Grouwels Vlaams Parlement
1011 Brussel Tel. 02 / 552 13 62 Fax 02 / 552 16 11 E-post:
[EMAIL PROTECTED] |
|
|

