VAART-bericht van: "Simon J. de Waard" <[EMAIL PROTECTED]>
Nico Evens schreef:
Waar het mij om gaat is dat met een (modern cq groot) schip aanmeren
en navigeren kennis en inzicht vergt dat inzicht krijg je pas als je
daarmee oefent net zoals je bv met autorijden bijzondere verrichtingen
moet oefenen. Mooie voorbeelden daarvan zijn kop-voor aanmeren of op
een snel stromende rivier , met net voldoende breedte , kop-voor-nemen.
Maar ook bv oplopen , nood stop op en afvarend en blackout.
Maar een examen op een simulator zou bv ook moeten gelden voor alle
plezier vaart. Thuis oefenen op een PC is met de stand van de
techniek/software heel goed mogelijk (of bij een vereniging) en
bovendien veel veiliger en uitgebreider dan in de praktijk.
Ik denk niet dat we hierover van mening verschillen. Wat mij stoort is
dat nog steeds in het ontwerp van de nieuwe regeling alleen de
aanvragers van het sportpatent een praktisch examen moeten afleggen. Ik
heb als ervaring op een schip van 24 meter (en tegenwoordig begint het
te komen op een schip van 50 meter) dat ik vrij snel kan zien of iemand
die ik laat varen er een beeje gevoel voor heeft. Daar heb ik geen halve
dag voor nodig. En zolang je als vaartijd op de Rijn nog zeedagen mag
meetellen en niet hoeft aan te tonen dat je op de betreffende
riviergedeelten achter de stuurknuppel hebt gezeten, zie ik niet in
waarom voor groot en klein patent geen praktijkexamen hoeft te worden
gedaan. De ontwerp regeling:
Artikel 2.08 Berekening van de vaartijd
1. Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de
binnenvaart. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen
maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.
2. Tot de vaartijd wordt meegerekend:
a. de tijd van de opleiding, met een maximum van drie jaren, indien de
gegadigde in het bezit is van een door de bevoegde autoriteit erkende
verklaring inzake een met goed gevolg afgesloten beroepsopleiding met
praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart,
b. de aangetoonde vaartijd, met een maximum van twee jaren, die op zee
als lid van een dekbemanning is doorgebracht, waarbij 250 zeedagen als
één jaar vaartijd gelden.
Artikel 2.09 Bewijs
Artikel 2.14 Examen
1. De gegadigde moet tijdens het examen voor de examencommissie aantonen
dat hij
a. beschikt over voldoende kennis van de voorschriften ter zake van het
voeren van schepen en de voor het veilig voeren daarvan vereiste
nautische en scheepstechnische kennis, beroepsvaardigheden en kennis van
de grondbeginselen van het voorkomen van ongevallen; deze kennis wordt
tijdens het examen overeenkomstig het examenprogramma bedoeld in de
bijlage D1 nagegaan;
b. beschikt over de vereiste kennis, indien conform artikel 2.05 van het
betreffende riviergedeelte een dergelijk examen is vereist.
2. Voor het verkrijgen van het grote patent en het kleine patent is een
theoretisch examen, en voor het verkrijgen van het sportpatent en het
overheidspatent een theoretisch en een praktisch examen vereist.
3. Indien het examen niet wordt gehaald worden de redenen van afwijzing
medegedeeld aan de gegadigde. De examencommissie kan aan het opnieuw
deelnemen aan een examen verplichtingen of voorwaarden verbinden dan wel
daarvoor vrijstellingen verlenen.
Simon
03011455
* Steun, Stem & Stort: goede doelen op www.binnenvaarthelpt.nl
* Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected]
* Afmelden op: [EMAIL PROTECTED] met tekst: unsubscribe VAART-L