VAART-bericht van: "Bart Verkade" <[email protected]>

Beste Vaart-lezers,
Er is de laatste dagen op het forum weer veel geschreven over de prijsvorming in de binnenvaart. En natuurlijk is er weer terecht gepleit voor meer samenwerking, op welke manier dan ook.

Een oplossing die ik nog niet heb zien langskomen betreft de relatie van schippers met bevrachters. Want een deel van onze problemen wordt mede veroorzaakt doordat veel van ons zich niet willen binden aan één bevrachter.

Om te begrijpen waarom dat een probleem is moet je eerst van een afstand naar de binnenvaartmarkt kijken. Als je dat doet dan zal je zien dat er eigenlijk sprake is van 2 markten. Een markt tussen verladers en bevrachters en een markt tussen bevrachters en vervoerders (wij dus). En we weten, onder meer sinds de uitspraak van de EON-inkoper in de Schuttevaer, dat een verlader bereid is meer te betalen. Als het maar niet meer is dan zijn concurrent.

Kortom, de prijs op de markt tussen bevrachters en verladers kan best omhoog. En dat zou ook ruimte geven voor een hogere prijs op onze markt. Maar dan moet ook de bevrachter op de markt met de verladers meer kunnen vragen. En ook daar geldt dat de goedkoopste aanbieder het werk krijgt. Op die manier zit je in een vicieuze cirkel.

Met andere woorden, we moeten het de bevrachters mogelijk maken die hogere prijs te vragen. Dat is ook in het belang van die bevrachter. En dat lukt niet wanneer veel van de schippers op de spotmarkt geen vaste bevrachtersrelatie hebben. Deze groep van (vogel-) vrije vervoerders heeft geen voordeel van de ‘gun-factor’ die op de meeste markten, ook de onze, van groot belang is. Bevrachters zullen ook geen morele bezwaren voelen om deze groep voor een appel en een ei te laten varen. En ze moeten tenslotte hun – voor te lage prijs verkregen – werk wel weggevaren krijgen.

Wanneer de meeste vervoerders een vaste relatie aangaan met een bevrachter (en dan eentje die ook eigen werk heeft, die genoegen neemt met een redelijke beloning en die zich verantwoordelijk voor ‘zijn’ schippers voelt), dan wordt het voor de andere bevrachters moeilijker iemand van de markt te plukken die het wel voor een nog lagere prijs wil doen. Want die kunnen ze alleen maar betrekken via de vaste bevrachter van die schipper. En die bevrachter kent de markt veel beter dan de individuele schipper. En niet alleen de secundaire markt tussen schipper en bevrachter, maar juist ook die markt waarvan we het moeten hebben; de markt waarop de verlader actief is. Dus die zal zijn schipper niet onnodig tegen elke prijs laten varen.

En dus moeten bevrachters omhoog met de prijs die zij aanbieden op de primaire markt, die met de verladers. Willen zij niet het risico lopen met de lading te blijven zitten.

En door die vaste relatie aan te gaan met een bevrachter met ook eigen werk, drijf je en passant de premiejagers tussen de bevrachters – diegene die alleen maar tussenpersoon zijn en niets toevoegen behalve een paar telefoontjes en een goede marge, er tussenuit. En die ‘bevrachters’ kunnen we missen als kiespijn.

De eenwording van de branche-organisaties BBU, CBRB en Schuttevaer draagt hier mede aan bij. Door met bevrachters en vervoerders in één club te zitten neemt de koudwatervrees af en kun je samen optrekken op de primaire markt. En dat is de markt waarop we de continuïteit van onze sector veilig kunnen stellen. Zolang wij ons alleen blijven richten op de afgeleide markt en elkaar daar naar het leven staan komen we er niet.

En zo zie je dat ook de samenwerking in één brede brancheorganisatie kan leiden tot een economische versterking van onze mooie sector.

En natuurlijk kun je je ook altijd nog aansluiten bij een samenwerkingsverband. Of er zelf één opzetten!

hartelijke groet,
Bart Verkade
ms Anna



* Vind je VAART!genoten op: http://www.vaart.nl
* Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected]
* Afmelden op: [email protected] met tekst: unsubscribe VAART-L


Antwoord per e-mail aan