VAART-bericht van: Jan Strous <[email protected]> Bron: Schuttevaer online
AIS wordt even onmisbaar als marifoon De AIS-transponder zendt voorlopig alleen de positie en identiteit van het schip uit. Maar de verwachting is dat de transponder op termijn een onmisbaar instrument wordt, dat niet alleen bijdraagt aan de veiligheid, maar ook een hoofdrol speelt in de navigatie aan boord en de logistiek van de scheepvaart. Hij wordt even onmisbaar als de marifoon, voorspellen kenners. De transponder kan en mag veel meer gegevens doorgeven, zoals het trekken van het blauwe bord, het aantal kegels, de bemanningssterkte of grootte van het schip. 'Dat mag worden meegezonden, maar het hoeft niet', zegt Nick van Haag van Bureau Telematica Binnenvaart (BTB). 'Informatie over de lading, die je ook elektronisch (via BICS) kunt verzenden, hoeft evenmin via AIS te worden verstuurd, al voorziet het protocol er wel in. Dat soort gegevens kan handmatig worden ingevoerd.' Te denken valt aan ladingsoort, diepgang, bestemming, aankomsttijd en kruiphoogte. AIS-transponders op binnenschepen hoeven ook nog niet permanent aan te staan. In elk geval niet zo lang de aanschaf van een transponder vrijwillig is. Maar dat kan veranderen als de transponder verplicht wordt, en daar ziet het wel naar uit. Verplicht aanzetten van de transponder tijdens de vaart lijkt ook logisch. Maar als het schip stilligt is het lang niet altijd nodig. Langs een druk kanaal en in een grote haven vergroot het de veiligheid, maar in een kleine haven of op een stil kanaal, waar 's nachts niet wordt gevaren voegt het niets toe. Slimme communicatie De AIS-transponder verzendt de statische gegevens van een schip elke zes minuten en de dynamische gegevens, afhankelijk van de scheepssnelheid, elke twee tot tien seconden. Ankerliggers en gemeerde schepen geven elke drie minuten hun positie door. AIS-transponders geven de informatie via VHF radiosignalen aan elkaar en walstations door. Voor dit dataverkeer zijn twee speciale marifoonkanalen gereserveerd. AIS-transponders zenden uit met een vermogen van 12,5 Watt. Om te voorkomen dat men in drukke havens door de bomen het bos niet meer ziet, kunnen vaarwegbeheerders het vermogen van alle AIS-transponders op zee- en binnenschepen in hun gebied automatisch reduceren tot een of twee Watt. De digitale zendtechniek van AIS is overigens wel in staat op drukke vaarwateren alle schepen binnen bereik van de ontvanger te volgen. Een speciaal systeem voorkomt dat de AIS-transponders in drukke havens chaotisch door elkaar heen gaan zenden. De transponders reserveren minieme blokjes zendtijd bij elkaar, die dan door alle andere transponders binnen het zendbereik wordt vrijgehouden. Dit SOTDMA (Self Organised Time Division Multiple Access) systeem kan elke minuut in 2250 slots verdelen. Via twee kanalen kan de AIS-transponder dus tot 4500 gecomprimeerde berichten per minuut aan. Tijdens het zenden reserveert elke transponder meteen nieuwe slots. De AIS-transponders gebruiken allemaal de GPS-klok, waardoor ze met exact dezelfde tijd werken. Wanneer een transponder toch twee berichten tegelijk ontvangt, van AIS-transponders die buiten elkaars bereik liggen, kiest de transponder altijd het sterkste signaal. Walstations kunnen via AIS ook korte veiligheidsberichten verzenden, zoals EMMA-waarschuwingen, waarmee via schermsymbolen wordt gewaarschuwd voor extreme weersomstandigheden. Ook de waterstanden kunnen via AIS worden doorgegeven. Vanaf het schip kan een AIS-transponder de verwachte aankomsttijd bij bruggen en sluizen doorgeven. Zo kan de doorstroming verbeteren, zeker wanneer ook alle treinen en bussen met transponders worden uitgerust. Marifooncontact Grootschalig gebruik van AIS-transponders in de binnenvaart maakt veel marifoonverkeer overbodig. Stuurlieden zien immers in één oogopslag naam, snelheid en koers van oplopende, kruisende en tegemoetkomende schepen. Er is daardoor minder twijfel. En als passeerafspraken moeten worden gemaakt kan men een schip direct bij naam oproepen. AIS maakt in zeehavens en op de Westerschelde de binnenvaartschepen ook beter zichtbaar voor de zeevaart. Verkeersbegeleiders krijgen het eveneens makkelijker. De Arpa-radar is nu nog het belangrijkste hulpmiddel om binnenvaartschepen in kaart te brengen en te volgen. Op een Arpa-radar kan men de scheepsnaam bij een geïdentificeerde echo zetten. Om achter de scheepsnaam te komen moet de verkeersbegeleider echter wel eerst contact maken met het schip. Dat brengt veel marifoonverkeer met zich mee en kost tijd. Een probleem met de Arpa-radar is bovendien de targetverwisseling. Wanneer de echo van een schip een andere echo op de radar erg dicht nadert, een boei, brug of ander schip, kan de scheepsnaam aan de verkeerde echo blijven hangen. Dat maakt het voor verkeersleiders moeilijk schepen op drukke trajecten met zekerheid te volgen. AIS maakt verwisselingen onmogelijk en heeft ook geen last van het wegvallen van echo's bij bruggen, havenmonden, rotspartijen of terminals. Dat alles bespaart de verkeersleiding veel tijd, zeker omdat de identificatie automatisch gaat. Dat is een van de redenen dat de regering AIS in de binnenvaart financieel ondersteunt. Verkeer en Waterstaat hoopt dat er na invoering van AIS zoveel op de kosten van verkeersbegeleiding kan worden bespaard dat de investering zich terugverdiend. (HH) In een verder artikel over AIS wordt vermeld dat de AIS subsidie regeling ook voor buitenlandse schepen kan gaan gelden (eis NL vaargebied). * Wat doet de markt? Geef je marktindruk op www.vaart.nl/peiling * Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected] * Afmelden op: [email protected] met tekst: unsubscribe VAART-L
